Een heldere gids voor leraren en schoolleiders: wat het is, wie het zegt, waarom het nu zo vaak terugkomt, en vooral wat je er morgen in de klas mee kunt doen.
Evidence-informed werken betekent niet blind een methode kopiëren omdat ergens staat dat die “bewezen effectief” is.
Je gebruikt onderzoek, data uit je eigen klas of school én professionele expertise om betere keuzes te maken.
Wat helpt deze leerlingen, voor dit doel, in deze context, en hoe weten we of het echt werkt?
Evidence-informed werken betekent dat je onderwijskundige keuzes niet alleen baseert op gevoel, gewoonte of mode, maar mede op kennis uit onderzoek. Daarbij blijft de leraar of het schoolteam zelf denken en afwegen. Het is dus geen automatische vertaalslag van onderzoek naar de klas, maar een geïnformeerde keuze in een concrete context.
Een bruikbare samenvatting is deze: goed evidence-informed handelen combineert drie bronnen. Ten eerste onderzoek: wat weten we uit studies, reviews en meta-analyses? Ten tweede praktijkgegevens: wat zie je in toetsresultaten, observaties, leerlingwerk en gesprekken? Ten derde professionele expertise: wat weet jij als docent over je vak, je leerlingen en je school?
De term leeft sterk in beleid, onderzoek en professionalisering. In Nederland is hij de afgelopen jaren nadrukkelijk zichtbaar geworden via OCW, NRO, de VO-raad en de Onderwijsraad. Internationaal zijn vooral de OECD en de Education Endowment Foundation invloedrijk in hoe scholen over onderzoek en praktijk praten.
Daar zijn goede redenen voor. Scholen staan onder druk om keuzes beter te verantwoorden, om hardnekkige problemen doelgerichter aan te pakken en om niet telkens achter de nieuwste hype aan te lopen. Tegelijk is er veel meer toegankelijk onderzoek beschikbaar dan vroeger, bijvoorbeeld via kennisbanken, toolkits en open rapporten.
Maar die trend heeft ook een risico: dat evidence-informed te smal wordt opgevat als het volgen van één “bewezen effectieve” aanpak. Juist daarom hameren recente Nederlandse adviezen op een breed palet aan onderzoek en op ruimte voor professionele afweging.
Nee. Onderzoek geeft richting, geen magische knop. Wat in een studie werkt, werkt niet automatisch overal even goed. Implementatie, schoolcultuur, vakinhoud, leeftijd, tijd en kwaliteit van uitvoering doen ertoe.
Dat is een veel betere formulering. Je gebruikt onderzoek om scherpere vragen te stellen, betere interventies te kiezen en eerlijker te evalueren of iets echt helpt.
Hier begint het echte werk. Evidence-informed lesgeven is geen extra map naast je gewone onderwijs. Het zit juist in kleine, slimme ontwerpkeuzes in je les. Hieronder staan zes concrete richtingen die goed aansluiten op onderzoek én direct bruikbaar zijn.
Bepaal precies wat leerlingen aan het einde van de les of lessenreeks moeten kennen of kunnen. Zonder helder doel kun je ook geen goede aanpak kiezen.
Start met korte vragen, een retrieval quiz of een klassikale terugblik. Zo activeer je wat al in het geheugen zit en zie je waar gaten zitten.
Geef kleine stappen, heldere voorbeelden en voldoende controle op begrip. Overlaad het werkgeheugen niet met te veel tegelijk.
Laat leerlingen niet alleen herlezen, maar antwoorden geven zonder spiekbriefje: mondeling, schriftelijk, via mini-whiteboards of een korte quiz.
Niet alleen “goed” of “fout”, maar wat precies beter kan, waarom, en wat de volgende stap is. Geef ook tijd om die feedback echt te gebruiken.
Laat leerlingen plannen, monitoren en evalueren: Wat was de opdracht? Welke strategie werkte? Waar liep ik vast? Wat doe ik volgende keer anders?
Probleem: leerlingen kennen begrippen op het moment zelf, maar vergeten ze snel.
Aanpak: start elke les met 5 korte retrieval-vragen over vorige lessen. Laat leerlingen eerst individueel antwoorden, daarna kort vergelijken.
Waarom evidence-informed? Onderzoek naar retrieval practice laat zien dat ophalen uit het geheugen het leren zelf kan versterken, vooral op langere termijn.
Waar let je op? stijging in juiste antwoorden over meerdere weken, minder oppervlakkige definities, betere toepassing van begrippen in open vragen.
Probleem: leerlingen raken vast bij meerstapsopgaven.
Aanpak: gebruik eerst worked examples. Denk hardop voor, benoem de tussenstappen, laat daarna leerlingen een bijna vergelijkbare opgave afmaken.
Waarom evidence-informed? Dit sluit aan bij expliciete instructie, beheersing van cognitieve belasting en scaffolded practice.
Waar let je op? minder willekeurige fouten, betere uitleg van tussenstappen, meer succes bij zelfstandig oefenen.
Probleem: feedback op schrijfwerk kost veel tijd en leidt niet altijd tot verbetering.
Aanpak: geef kortere, scherpere feedback op één of twee focuspunten, en plan revisietijd in de les. Laat leerlingen letterlijk iets aanpassen op basis van die feedback.
Waarom evidence-informed? Effectieve feedback is specifiek, bruikbaar en vraagt om actiemogelijkheid voor de leerling.
Waar let je op? kwaliteit van revisies, minder herhaling van dezelfde fout, minder werkdruk zonder kwaliteitsverlies.
Probleem: leerlingen beginnen wel, maar sturen hun leren niet goed bij.
Aanpak: laat ze bij complexe taken drie vragen beantwoorden: Wat is mijn doel? Welke aanpak kies ik? Hoe controleer ik of het lukt?
Waarom evidence-informed? Dit bouwt metacognitie en zelfregulatie op: plannen, monitoren en evalueren.
Waar let je op? betere taakaanpak, minder impulsief beginnen, meer kwaliteit in reflecties en zelfstandiger werken.
Evidence-informed werken is verstandig, kritisch en doelgericht onderwijs maken. Je gebruikt onderzoek niet als zweep, maar als hulpmiddel. Je neemt serieus wat wetenschap zegt over leren, instructie, feedback en implementatie. Tegelijk blijf je kijken naar je doelen, je vak, je leerlingen en de realiteit van de klas. Het is dus geen technocratische truc, maar professioneel handelen op hoger niveau.
In discussies over evidence-informed onderwijs duikt John Hattie heel vaak op. Dat is logisch: met Visible Learning maakte hij een grote ranglijst van invloeden op leerprestaties, uitgedrukt in effectgroottes. Op de Visible Learning-site staat een top 20 waarin vooral factoren uit instructie, verwachtingen, samenwerking en zelfregulatie hoog scoren.
Belangrijk om erbij te zeggen: Hattie is bruikbaar als startpunt voor professioneel gesprek, maar niet als automatisch receptenboek. Een hoge plek op de lijst betekent niet dat je die factor simpelweg kunt "invoeren" als losse truc. Het gaat steeds om goede uitvoering, samenhang, vakinhoud en context.
Hieronder staat de top 5 niet als academische lijst, maar vertaald naar de dagelijkse onderwijspraktijk. Dat is waarschijnlijk de nuttigste manier om met Hattie om te gaan.
Dit gaat over hoe goed leraren kunnen inschatten waar leerlingen staan en wat zij hierna aankunnen. In gewone taal: de docent ziet scherp wat een leerling al begrijpt, waar het misgaat en welke volgende stap haalbaar is.
Concreet in de klas: gebruik korte diagnostische checks, exit tickets, mini-whiteboards, hardop-denken en gerichte observatie tijdens inoefenen. Pas de volgende instructiestap daarop aan.
Valkuil: dit is niet hetzelfde als lage of hoge verwachtingen op gevoel. Het gaat juist om nauwkeurig, toetsbaar professioneel oordeel.
Dit is het gedeelde geloof van een team dat leraren samen het leren van leerlingen positief kunnen beïnvloeden. De Visible Learning-site omschrijft het als meer dan een goed gevoel; het draait om gezamenlijke, op bewijs gebaseerde professionele gesprekken.
Concreet in school: kijk als vakgroep of team samen naar leerlingwerk, analyseer waar leerlingen vastlopen, spreek af welke aanpak je probeert en evalueer na een paar weken wat het effect was.
Voorbeeld: een sectie Nederlands merkt dat samenvatten zwak is. Het team ontwerpt één gezamenlijke aanpak met modelantwoorden, oefent die in meerdere klassen en vergelijkt vervolgens leerlingproducten.
Hattie gebruikt hier een wat misleidende term. Op de Visible Learning-site wordt uitgelegd dat hij dit achteraf liever "student expectations" had genoemd. Het gaat erom dat leerlingen vrij goed kunnen inschatten hoe goed zij een taak zullen maken, mits doelen en kwaliteitscriteria helder zijn.
Concreet in de klas: laat leerlingen vóór een toets of schrijfopdracht voorspellen hoe ver zij zijn, wat lastig wordt en welk cijfer of niveau zij verwachten. Laat hen dat onderbouwen met succescriteria.
Praktisch voorbeeld: "Ik denk dat ik op niveau 3 zit, want ik kan oorzaken noemen maar nog niet goed wegen." Daarna volgt gerichte instructie of extra oefening.
Hierbij maakt de docent zichtbaar welke denkstappen in een complexe taak zitten. Leerlingen zien dus niet alleen het eindantwoord, maar ook het mentale proces dat daartoe leidt.
Concreet in de klas: model hardop hoe je een bron analyseert, een vergelijking oplost, een tekst interpreteert of een practicumverslag opbouwt. Knip de taak op in denkstappen en laat leerlingen die daarna zelf oefenen.
Praktisch voorbeeld: bij geschiedenis laat je zien hoe je bron, context, bedoeling en betrouwbaarheid systematisch doorloopt in plaats van alleen "het goede antwoord" te geven.
RTI betekent dat je leerlingen niet laat wegzakken tot een groot probleem ontstaat, maar snel reageert met extra ondersteuning op basis van signalen uit de les. Eerst goede basisinstructie voor iedereen, daarna gerichte intensivering voor wie dat nodig heeft.
Concreet in de klas: screen kort, geef directe feedback, organiseer verlengde instructie, extra begeleide oefening of tijdelijke kleine-groep-ondersteuning en kijk daarna opnieuw naar de voortgang.
Voorbeeld: na een rekentoets blijkt een kleine groep structureel moeite te hebben met breuken. Die groep krijgt drie korte extra sessies met expliciete stappen en veel begeleide oefening, waarna je opnieuw meet.
De ranglijst is populair omdat hij overzicht geeft, maar hij heeft ook beperkingen. Methodologische critici wijzen erop dat Hattie heel verschillende meta-analyses samenbrengt, waardoor context, kwaliteit en vergelijkbaarheid onder druk kunnen komen te staan. Daarom is het verstandig om de lijst te gebruiken als gespreksstarter, niet als mechanische top-20 die je één op één moet uitvoeren.
Voor evidence-informed werken betekent dat: kijk naar Hattie, maar kijk ook naar recentere reviews, vakspecifiek onderzoek, jouw leerlingen, en de kwaliteit van implementatie. Een interventie is pas waardevol als die in jouw school helder, haalbaar en goed uitgevoerd wordt.
Hieronder staan de belangrijkste bronnen achter deze pagina. Ik geef ze expres met zichtbare URL, zodat ze direct bruikbaar zijn voor schoolteams, professionalisering of eigen vervolgonderzoek.
Recent Nederlands advies over kansen en risico’s van sturing op evidence-informed werken in po en vo.
https://www.onderwijsraad.nl/documenten/2026/03/19/leren-van-onderzoek
Rapport over evidence-informed werken in het funderend onderwijs, met literatuurstudie en veldonderzoek.
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/10/10/kennisgedreven-onderwijs-onderzoek-naar-evidence-informed-werken-in-het-funderend-onderwijs
Praktische gids over hoe je kansrijke aanpakken zorgvuldig invoert in school en klas.
https://educationendowmentfoundation.org.uk/education-evidence/guidance-reports/implementation
Heldere, bruikbare gids over effectieve feedback.
https://educationendowmentfoundation.org.uk/education-evidence/guidance-reports/feedback
Praktische aanbevelingen rond plannen, monitoren en evalueren van leren.
https://educationendowmentfoundation.org.uk/education-evidence/guidance-reports/metacognition
Toegankelijke samenvattingen van evidence rond verschillende onderwijsaanpakken.
https://educationendowmentfoundation.org.uk/education-evidence/teaching-learning-toolkit
Nederlandstalige ingang naar Visible Learning en de bekende ranglijst van John Hattie.
https://visible-learning.org/nl/
Nederlandstalige pagina die naar de Hattie-ranglijst verwijst.
https://visible-learning.org/nl/hattie-lijst-van-effecten-op-prestaties/
De concrete top 20 en effectgroottes waar in deze pagina naar verwezen wordt.
https://visible-learning.org/backup-hattie-ranking-256-effects-2017/
Uitleg van een van Hatties hoogste invloeden, inclusief verwijzingen naar onderliggende literatuur.
https://visible-learning.org/2018/03/collective-teacher-efficacy-hattie/
Handig voor definities van termen zoals self-reported grades en response to intervention.
https://visible-learning.org/glossary/https://visible-learning.org/de/glossar-hattie-begriffe/
Populaire en bruikbare samenvatting van cognitiewetenschappelijke inzichten over leren en lesgeven.
https://www.deansforimpact.org/tools-and-resources/the-science-of-learning%20
Invloedrijk overzicht van onderzoeksgestuurde instructieprincipes met sterke vertaalslag naar lesontwerp.
https://www.aft.org/sites/default/files/Rosenshine.pdf
Internationale analyse van de bekende kloof tussen onderzoek en onderwijspraktijk.
https://www.oecd.org/en/publications/bridging-the-research-practice-gap-in-education_c0d3f781-en.html
Klassieke studie naar het krachtige effect van retrieval practice op langetermijnretentie.
https://www.science.org/doi/pdf/10.1126/science.1152408