Hoofd
Een stevige kennisbasis, taalvaardigheid, rekenvaardigheid en het uithoudingsvermogen om niet meteen weg te klikken.
Kennis in je hoofd. Technologie in je handen. Ruimte voor verbeelding.
Een praktische havo in ontwikkeling, met technologie als route en creatieve industrie als werkveld. Leerlingen lezen, denken, programmeren en bouwen. IT en AI zijn krachtig gereedschap. Het doel: een havo-diploma, een portfolio van onderzocht en getest werk en een onderbouwde keuze voor het hbo.
Nog geen school. Wel een scherp concept dat klein genoeg is om te testen.
STROOM wil leerlingen afleveren die aandacht kunnen vasthouden, moeilijke teksten begrijpen, wiskundig durven denken, iets werkends kunnen maken en AI kunnen tegenspreken.
Deze variant richt zich op een vijfjarige havo met een kennisrijk curriculum en een praktijkgericht programma Technologie in de bovenbouw. Creatieve industrie hoort daar volwaardig bij: van games en muziek tot interactieve kunst en productontwerp. De vier werkplaatsen zijn voor alle leerlingen. De precieze lessentabel en exameninrichting werken we later uit; nu onderzoeken we hoe deze school kan voelen en werken.
Een stevige kennisbasis, taalvaardigheid, rekenvaardigheid en het uithoudingsvermogen om niet meteen weg te klikken.
Ontwerpen, repareren, onderzoeken en testen. Een idee telt pas echt als je het zichtbaar of werkend kunt maken.
Bronnen controleren, onzekerheid herkennen en bepalen wanneer AI helpt — en wanneer je haar bewust uitzet.
Een verrassende vraag mag het begin zijn. Om ermee verder te komen hebben leerlingen taal, wiskunde en vakkennis nodig. De docent legt uit, doet voor en begeleidt het oefenen. Leerlingen halen kennis terug, passen haar toe en krijgen geleidelijk meer zelfstandigheid. Papier, materialen en digitale middelen krijgen elk een gerichte rol.
Elke dag langere teksten en regelmatig hele boeken. Leerlingen schrijven om te ordenen, te onthouden en te overtuigen. Papier is de standaard bij geconcentreerd lezen; digitale tekst is welkom wanneer zoeken, toegankelijkheid of samenwerking daarom vraagt.
Regelmatig oefenen met pen in een schrift: voordoen, samen proberen, zelfstandig terughalen en gespreid herhalen. Automatiseren waar het moet; redeneren en modelleren waar het kan.
Feiten en begrippen zijn geen ballast maar gereedschap. Vakken bouwen samen een rijke gedeelde kennisbasis. Kritisch denken — ook over AI — begint met iets hebben om mee te denken.
Welk denkwerk doet de leerling hier zelf?
Dat vragen we bij een boek, een zaag, een simulatie en een AI-model. Daniel Willingham beschrijft hoe achtergrondkennis begrip en redeneren ondersteunt. Onze ontwerpvertaling: rijke vaklessen, gerichte oefening en maakopdrachten horen bij elkaar. Het aantal schermminuten is geen doel op zich. Lees de onderbouwing van Willingham.
Een verhaal kan een game worden. Een meting een lichtkunstwerk. Een schets een apparaat dat werkelijk werkt. Leerlingen bewegen tussen boeken, materialen, code en beeld. De vraag bepaalt welke werkplaats ze nodig hebben.
Ontwerpverkenning: de beelden zijn met AI gemaakte sfeerprototypes. Ze laten mogelijke activiteiten en ruimten zien, geen bestaand gebouw of vaststaand bouwplan.
Hier krijgen ideeën inhoud. Een boek, een voorwerp of een verrassende vraag zet het denken in beweging.
Een ontwerp wordt rijker wanneer leerlingen iets weten over de wereld waarin het terechtkomt. Hier lezen ze hele teksten, vergelijken ze perspectieven en krijgen ze uitleg. Rust geeft ruimte om bij een moeilijke gedachte te blijven.
Boekenkasten, leestafels en stille nissen vormen de basis. Overleg krijgt een eigen plek; digitale collecties zijn binnen bereik. Ook een boek lezen zonder directe maakopdracht hoort erbij.
Probeer eens · Hoe geef je een plek een verhaal?
Ontwerp een lichtkunstwerk voor een plein. Onderzoek de geschiedenis, bestudeer licht en schaduw en maak drie schetsen. Leg uit welke keuze iets vertelt over die plek.
Hier ontmoet een idee de werkelijkheid. Een verbinding breekt, een constructie wiebelt en een nieuwe oplossing ontstaat.
Materialen geven eerlijke feedback. Leerlingen gebruiken maten, krachten en materiaalkennis om een ontwerp te verbeteren. Ze oefenen nauwkeurigheid en ontdekken waarom een oplossing op papier anders werkt dan in het echt.
Er zijn robuuste werkbanken, handgereedschappen en materiaalstalen. Digitale fabricage krijgt een afgescheiden plek. Docenten doen technieken voor; leerlingen oefenen voordat ze zelfstandig aan de slag gaan.
Probeer eens · Een lamp voor tien jaar
Bouw een lamp die je kunt openen en repareren. Test stabiliteit, materiaalgebruik en montage. Maak ook de handleiding waarmee een ander een onderdeel kan vervangen.
Leerlingen bouwen digitale systemen en onderzoeken wat die werkelijk doen. Code, data en de fysieke wereld komen samen.
Wie technologie gebruikt, moet ook leren hoe je haar onderzoekt. Leerlingen voorspellen uitkomsten, schrijven code, zoeken fouten en vergelijken oplossingen. Ze ontdekken wanneer gewone programmering volstaat en wanneer AI iets toevoegt.
Programmeertafels, microcontrollers, sensoren en kleine robots staan naast plekken voor uitleg. AI helpt bij code, simulaties en analyse. Leerlingen controleren de werking met metingen en testgevallen.
Probeer eens · Kan een computer afval sorteren?
Verzamel voorbeelden, bouw een herkenningsmodel en test onbekende voorwerpen. Wanneer gaat het mis? Vergelijk het model met een eenvoudiger oplossing zonder AI en onderbouw welke je kiest.
Technologie krijgt hier een verhaal, een vorm en een publiek. Leerlingen maken ervaringen die iets laten zien, voelen of begrijpen.
Films, games, muziek, interactieve kunst en ruimtelijke ontwerpen. Ze tekenen, filmen, componeren, programmeren en werken met tastbare materialen. Een product krijgt meerdere versies en wordt met een publiek getest.
Een werkend systeem is nog geen begrijpelijke of betekenisvolle ervaring. Hier leren leerlingen over compositie, ritme, verhaal, vorm en interactie. Ze ontdekken hoe techniek en artistieke keuzes elkaar beïnvloeden.
Animaties, korte films, fotografie, titelsequenties en visuele identiteiten. Van storyboard tot montage.
Soundtracks, hoorspelen, zelf opgenomen geluidseffecten en interactieve composities. Van luisteren tot mixen.
Speelbare werelden, personages, interfaces en interactieve verhalen. Van spelregel tot gebruikerstest.
Lichtkunst, projecties op objecten, tentoonstellingen, slimme kleding en podiumvormgeving. Van maquette tot beleving.
Een lichte materiaaltafel, een kleine filmset en een donkere projectiehoek vormen het atelier. Geluidsopname en montage krijgen akoestisch afgescheiden ruimten. AI biedt varianten en helpt produceren; de leerling bepaalt de bedoeling, bewerkt het materiaal en verantwoordt de keuzes.
Probeer eens · Een wereld van dertig seconden
Maak een animatiefilm met zelfgebouwde miniatuurdecors, gefilmde beweging en eigen geluid. Gebruik AI gericht voor varianten of nabewerking. Laat een proefpubliek vertellen wat het verhaal overbrengt en verbeter de montage.
Hoe laat je bezoekers een buurt ontdekken door iets aan te raken? Leerlingen ontwerpen een interactieve maquette waarin plekken reageren met licht, stemmen en projecties. Een museum of buurtorganisatie kan hiervoor opdrachtgever zijn.
Buurtgeschiedenis onderzoeken, bewoners interviewen, bronnen controleren en verhalen schrijven.
Een stevige, toegankelijke maquette en de behuizing voor de elektronica bouwen.
Aanraaksensoren programmeren en de koppeling met licht en geluid testen.
Stemmen opnemen, muziek maken, projecties ontwerpen en met bezoekers uitproberen.
Een bezoeker begrijpt iets anders dan bedoeld. Een sensor reageert te laat. Een verhaal verdient meer onderzoek. Leerlingen keren terug naar de werkplaats die ze nodig hebben. De docent geeft onderweg uitleg en oefening; schetsen, fouten en verbeteringen blijven zichtbaar.
Alle vier de werkplaatsen horen bij dezelfde technologieroute. Ze vullen de vaklessen aan. Ontwerpkeuze voor de bovenbouw: pgp-Technologie groot, met opdrachten in meerdere werkvelden. De creatieve industrie is daarin één rijk werkveld, geen afzonderlijk examenvak.
STROOM wil onderzoekende ontwerpers en makers afleveren met een stevige havo-basis. Leerlingen die iets kunnen bedenken, bouwen, testen én uitleggen. De werkplaatsen bereiden hen voor op hbo-opleidingen waarin technologie, ontwerpen en maken samenkomen.
Dit zijn onze ontwerpambities voor een vijfjarige schoolloopbaan. Ze geven richting aan het curriculum; het zijn nog geen behaalde resultaten of aanvullende landelijke exameneisen.
Nederlands, Engels, wiskunde en de overige schoolvakken vormen de inhoudelijke basis. Leerlingen leren moeilijke teksten begrijpen, rekenen, redeneren en helder formuleren. Het vakkenpakket sluit aan op de toelatingseisen van de beoogde vervolgopleiding.
Bijvoorbeeld vier tot zes zorgvuldig gekozen projecten, met onderzoek, schetsen, berekeningen, code en testresultaten. Ook mislukte pogingen, feedback en verbeteringen krijgen een plek. Bij groepswerk is de eigen bijdrage herkenbaar.
Een werkend product, een interactieve ervaring of een mediaproductie voor echte gebruikers of een publiek. De leerling kan uitleggen: dit was de vraag, dit heb ik onderzocht, daarom koos ik deze oplossing, zo heb ik getest en dit moet nog beter.
De leerling kan een bron controleren, een berekening uitvoeren, een technische keuze uitleggen en een onderdeel aanpassen. In het werk is zichtbaar waarvoor AI is ingezet en hoe de uitkomsten zijn gecontroleerd. Eigen kennis en begrip worden ook zonder AI zichtbaar gemaakt.
Door ervaringen met verschillende soorten werk ontdekt een leerling: wil ik vooral programmeren, fysieke producten ontwerpen, interactieve ervaringen maken of verhalen produceren? Meeloopdagen en gesprekken met hbo-studenten helpen die keuze te toetsen.
De kern ligt bij ICT, Communication and Multimedia Design, gametechnologie en productontwerpen. Creative Business is een logische verbreding vanuit De Studio. Alle leerlingen gebruiken de vier werkplaatsen; in hun projecten kunnen ze steeds meer een eigen richting kiezen.
| Passende hbo-opleiding | Wat je bij STROOM oefent | Wat je al gemaakt kunt hebben |
|---|---|---|
| ICTHogeschool van Amsterdam | Programmeren, data begrijpen, systemen bouwen en fouten opsporen.AI-lab + Machinehal | Een meetopstelling met sensoren, een dashboard en een onderbouwde keuze om wel of geen AI te gebruiken. |
| Communication and Multimedia DesignHogeschool van Amsterdam | Onderzoeken wat mensen nodig hebben, interfaces ontwerpen en gebruikerstests uitvoeren.De Studio + AI-lab | Een toegankelijke buurtapp waarvan verschillende versies met bewoners zijn getest en verbeterd. |
| Creative Media and Game TechnologiesSaxion · Engelstalig | Code, beeld, geluid en interactie combineren tot een ervaring voor een gebruiker of publiek.De Studio + AI-lab | Een speelbare game over wateroverlast of een interactieve historische installatie met zelfgemaakt beeld en geluid. |
| Industrieel Product OntwerpenHAN | Vormgeving, materiaal, constructie en gebruik samenbrengen. Een prototype meten en verbeteren.Machinehal + De Studio | Een repareerbare lamp met tekeningen, materiaalkeuze, een werkend prototype en testresultaten. |
| Creative BusinessHogeschool van Amsterdam · verbreding | Verhalen onderzoeken, media produceren en nadenken over publiek en verspreiding.Bibliotheek + De Studio | Een documentaire met eigen opnamen, muziek, montage en een plan om het bedoelde publiek te bereiken. |
Dit zijn voorbeelden van inhoudelijk passende opleidingen. Er zijn nog geen doorstroomafspraken met deze instellingen. Toelating hangt af van de eisen van de gekozen opleiding en het gekozen instroomjaar.
De Bibliotheek draagt aan alle richtingen bij. Daar bouwen leerlingen kennis en taal op om te onderzoeken, ontwerpen en oordelen. Een documentaire vraagt historische kennis; een installatie over energie vraagt natuurkunde; een overtuigend ontwerp vraagt inzicht in mensen. De vaklessen en werkplaatsen versterken elkaar.
Onze schoolbelofte
Bij STROOM leer je de wereld begrijpen en er iets aan toevoegen. Je vertrekt met een havo-diploma, een portfolio van onderzocht en getest werk en een onderbouwde keuze voor je vervolgopleiding.
Bij het ontwerpen van de bovenbouw bepalen we welke technische vervolgopleidingen we willen openhouden. Voor CMD aan de HvA gelden geen aanvullende vooropleidingseisen; Engineering: Product Ontwerpen vraagt daar wiskunde A of B. Technische Natuurkunde stelt specifiekere profieleisen. Die verschillen nemen we mee in de lessentabel en de begeleiding bij de profielkeuze.
Opleidingsinformatie geraadpleegd op 5 september 2026. Het portfolio ondersteunt de voorbereiding; het vervangt de formele toelatingseisen niet.
In de kern staan taal, wiskunde en vakkennis. De tweede ring bestaat uit mentoraat, gewoontes en een veilig schoolklimaat. In de buitenste ring passen leerlingen kennis toe in ateliers en sprints. Geen losse werelden: vakdocenten ontwerpen de verbindingen en bewaken de inhoud.
Een concept wordt pas geloofwaardig als het zichtbaar is in tijd, ruimte, gedrag en budget.
Elke leerling krijgt een robuuste, repareerbare schoolcomputer in bruikleen en leert hem openen, onderhouden en waar mogelijk opbouwen uit modules. De school betaalt en ondersteunt; techniek mag nooit een toelatingstest of kostenpost voor thuis worden.
Leerlingen zien fysieke opslag, netwerkapparatuur en — waar haalbaar — lokale AI achter glas. Externe diensten worden niet verstopt: bij elke toepassing is zichtbaar waar data heen gaan, wie toegang heeft en wanneer ze worden verwijderd.
Elke leerling kan werken met een schoolbeheerde tutor die aansluit bij doelen en eerdere feedback. Het leerprofiel is inzichtelijk, corrigeerbaar, exporteerbaar en verwijderbaar. Geen afhankelijkheid van één AI-merk en geen privé-account als voorwaarde.
AI geeft niet onmiddellijk het eindantwoord. Eerst activeert ze voorkennis, vraagt om een poging en geeft kleine hints. Blijft een leerling vastlopen, dan volgt een voorbeeld of uitleg — want goede ondersteuning is méér dan informatie achterhouden.
Elke dag opent met geconcentreerd lezen of schrijven. Telefoons rusten buiten het lokaal; noodzakelijke uitzonderingen voor toegankelijkheid, gezondheid of de lesinhoud zijn vanzelfsprekend.
Solderen, zagen, sensoren, textiel en robots. Leerlingen werken pas zelfstandig na instructie en een veiligheidsbewijs; toegankelijk gereedschap en begeleiding maken de hal van iedereen.
Een vaste mentor spreekt de leerling wekelijks en kent ook de thuissituatie, ambities en zorgen. Een algoritme signaleert hooguit; een mens duidt, beslist en neemt verantwoordelijkheid.
Leerlingen werken aan technologische vragen van bijvoorbeeld een museum, ontwerpstudio, zorginstelling of onderneming. Een sprint kan een week duren of over langere werkblokken worden verdeeld. Vaklessen en korte instructies leveren de kennis die nodig is. AI helpt bij zoeken, ontwerpen en programmeren; leerlingen controleren bronnen en keuzes en testen hun resultaat.
De opdrachtgever komt langs. Vragen stellen, het probleem uit elkaar halen.
Schetsen, varianten maken en kiezen. Met potlood, materialen of digitaal: passend bij het leerdoel.
De machinehal draait op volle toeren. Karton, code, koper — wat het antwoord vraagt.
Echte gebruikers, echte kritiek. Kapot mogen dingen hier gaan.
Presentatie aan de opdrachtgever. Verdedigen wat je gemaakt hebt.
Technologie in verschillende werkvelden:
Dit weekritme is een voorbeeld, geen vaste volgorde. Elke sprint heeft vakdoelen, korte individuele kennischecks en een proceslogboek. Feedback helpt leerlingen verder; niet iedere tussenstap krijgt een cijfer. Nieuwe vragen kunnen om extra uitleg, oefening of een volgend prototype vragen.
Zo voelt een gewone dag. Filter gerust op wat je zoekt.
Boek open, telefoon in de kluis. De dag begint in je eigen hoofd.
Instructie op het bord, oefenen in het schrift.
Lezen, schrijven, gesprek. Hele teksten, hele gedachten.
Vijfentwintig minuten doelgericht digitaal oefenen: terughalen, herhalen, beheersen. De docent ziet de fouten, niet alleen de score.
Schermvrij. Er wordt weer gepraat.
Geschiedenis, biologie, ontwerpen: de kennis die de sprints voedt.
Soldeerbout, zaagtafel, een sensor die het nét niet doet.
Code en sensoren testen of werken aan animatie en geluid. De opdracht bepaalt de werkplaats; de docent begeleidt.
Met een boek in je tas.
De verhouding is geen quotum. Per leerdoel kiest het team de omgeving met de minste afleiding en de meeste leerwaarde. De school publiceert jaarlijks haar schermkeuzes en stelt ze bij op basis van resultaten en ervaringen.
STROOM gebruikt verschillende bewijzen voor verschillende doelen. Een fraai prototype kan een kennistekort niet verbergen; een hoog proefwerkcijfer zegt nog niet dat je kennis kunt toepassen.
Regelmatig en grotendeels zonder AI, om te zien welke uitleg of oefening nodig is. Leerlingen mogen verbeteren. Voor formele schoolexamens leggen we beoordeling en herkansing vooraf vast in het PTA.
Ontwerpen, onderzoeksnotities, mislukkingen en bronnen blijven bewaard. Bij elk groot product hoort een mondelinge verdediging.
Docenten beoordelen plannen, samenwerken, veilig werken en reviseren met heldere criteria — niet met een vaag cijfer voor “inzet”.
Elke sprint en elk atelier is gekoppeld aan het formele curriculum. Externe toetsen en centrale examens blijven de publieke ijkpunten waar die gelden.
We volgen niet alleen cijfers, maar ook leesvolume, aanwezigheid, welbevinden, doorstroom, ondersteuningsvragen en verschillen tussen groepen. Resultaten worden jaarlijks openbaar besproken. Een mooi concept krijgt geen vrijstelling van zelfkritiek.
De verstandigste AI is niet per se het krachtigste model, maar de toepassing waarvan leerlingen, ouders en medewerkers de werking en gevolgen kunnen begrijpen.
Bij individuele kennischecks is AI uit. Bij ontwerpen en maken kan AI juist onderdeel van de opdracht zijn. Leerlingen maken hun eigen bijdrage zichtbaar en kunnen uitleggen hoe het resultaat werkt.
Een leverancier beslist niet wanneer een leerling een hint, uitleg, voorbeeld of doorverwijzing krijgt.
Geen gevoelige leerlingdata in publieke modellen. Voor gebruik komen een privacy-effectbeoordeling, verwerkersafspraken en een eenvoudig recht op inzage, correctie, export en verwijdering.
AI mag ondersteunen en signaleren, maar bepaalt geen niveau, cijfer, toelating, sanctie of zorgroute.
Leerlingen leren output verifiëren, vooroordelen herkennen en hun relevante prompts en keuzes verantwoorden.
Iedere leerling kan hulp krijgen zonder AI. Toegankelijkheid en menselijke ondersteuning zijn onderdeel van het ontwerp, geen uitzondering achteraf.
Deze kleine demonstrator laat de eerste stappen van de tutorhouding zien: voorkennis activeren, een gerichte hint geven en de leerling zijn redenering laten controleren. In de echte tutor kan daarna uitleg volgen. Wat je hier typt blijft in deze pagina; er wordt niets naar een AI-dienst verstuurd.
STROOM moet niet overtuigen met alleen woorden. Het concept is sterk genoeg om drie keer goedkoop en eerlijk te worden getest voordat er een gebouw, bestuur of nieuwe school voor nodig is.
Een stilteblok, een vakles, een maakopdracht en een AI-lab met één bestaande klas. Meet aandacht, leeropbrengst en ervaren regie.
Een vakinhoudelijke leerlijn met één sprint, vaste mentor en tutorprotocol. Vergelijk individuele kennis vóór, direct na en enkele weken later.
Een kleine leergemeenschap binnen een bestaande school. Onderzoek rooster, werkdruk, kosten, veiligheid, kansengelijkheid en oudervertrouwen.
De ontwerprichting is praktische havo met technologie. Nog te onderzoeken: profielaanbod en exameninrichting; omvang en regio; toelating en toegankelijkheid; personeelsmodel; urentabel; ondersteuning; huisvesting en veiligheid; begroting; governance van data en AI; medezeggenschap en kwaliteitseisen voor de pilot.
Nee — zolang papier een middel blijft en geen identiteit. Onderzoek laat gemiddeld een voordeel van papier zien bij begrijpend lezen van informatieve teksten, vooral onder tijdsdruk; de verschillen hangen af van tekst, taak en ontwerp. De Nederlandse afspraak is daarom ook “nee, tenzij”: digitale middelen mogen wanneer ze voor de les, gezondheid of toegankelijkheid nodig zijn.
Omdat leerlingen moeten leren werken in een wereld mét AI. Maar de belofte van persoonlijke ondersteuning is nog geen bewezen schoolmodel. Daarom gebruiken we AI voor afgebakende taken, vergelijken we met een alternatief zonder AI en stoppen we toepassingen die geen leerwaarde opleveren.
Er zijn raakvlakken: echte opdrachtgevers, onderzoeken en ontwerpen. STROOM is een eigen ontwerp voor praktische havo met technologie en creatieve industrie. Nieuwsgierigheid kan een opdracht openen; uitleg en oefening helpen leerlingen vervolgens verder. We gebruiken de naam Technasium niet als schoollabel.
Jazeker: in de oefenzaal, het AI-lab, vaklessen en sprints — doelgericht en begrensd. Digitale geletterdheid leer je niet door schermen te verbieden. Het scherm is hier gereedschap met een tijd en een plaats, geen permanent meubilair.
Alleen als het ontwerp het werk organiseerbaar maakt. Vakdocent, mentor en makercoach zijn rollen, niet automatisch drie verschillende functies. De pilot moet voorbereidingstijd, begeleiding, professionalisering en werkdruk meten. AI is daarbij geen dekking voor onbevoegde lessen of grotere groepen.
Dat zou een ontwerpfout zijn. Apparatuur en materialen zijn van school, instructie is expliciet en ondersteuning begint vroeg. De pilot rapporteert resultaten en deelname uitgesplitst naar relevante leerlinggroepen en ontwerpt samen met leerlingen met ondersteuningsbehoeften.
De school blijft verantwoordelijk. Een team met docenten, schoolleiding, privacy- en veiligheidsdeskundigheid, leerlingen en ouders beoordeelt toepassingen vooraf en opnieuw tijdens gebruik. Incidenten, leveranciers en bewaartermijnen zijn niet geheim.
Deze bronnen dragen enkele ontwerpkeuzes. Ze bewijzen niet dat STROOM als geheel werkt — precies daarom begint het concept met pilots, meetpunten en stopcriteria.